Hoe oorlogskosten de Federal Reserve en de VS tot monetaire kunstgrepen dwongen

In de jaren 1960 stond de Amerikaanse dollar bekend als “zo goed als goud”.
Sinds het Bretton Woods-akkoord van 1944 beloofde de VS dat buitenlandse centrale banken hun dollars altijd konden inwisselen voor goud tegen $35 per ounce. De dollar was het anker van de wereld, en de Federal Reserve waakte over die belofte.

Maar in de schaduw van de rijstvelden en jungles van Vietnam begon die belofte langzaam te wankelen.
De Vietnamoorlog (1955–1975, met Amerikaanse betrokkenheid vooral vanaf 1964) werd niet enkel uitgevochten met wapens — maar ook met drukpersen. De kosten van de oorlog zouden uiteindelijk een kettingreactie veroorzaken die leidde tot één van de grootste monetaire breuklijnen van de 20e eeuw.

De context: Bretton Woods en de gouden koppeling

Na de Tweede Wereldoorlog werd de dollar de spil van het mondiale geldsysteem.

  • Andere munten waren vast gekoppeld aan de dollar.
  • De dollar was gekoppeld aan goud: $35 = 1 ounce.
  • Buitenlandse centrale banken konden hun dollars omruilen voor fysiek goud uit de Amerikaanse reserves.

De VS bezat in 1944 meer dan twee derde van alle goudreserves ter wereld. Zolang Washington haar begroting en geldhoeveelheid onder controle hield, leek het systeem rotsvast.

Maar dat veranderde drastisch in de jaren 1960.

 “Guns and Butter” — Oorlog én sociale programma’s

Toen president Lyndon B. Johnson in 1964 aan de macht kwam, had hij twee grote ambities:

  1. De strijd tegen het communisme opvoeren in Zuidoost-Azië (Vietnam).
  2. Thuis een ambitieuze “Great Society”-agenda uitrollen, met sociale programma’s, gezondheidszorg en onderwijs.

In plaats van te kiezen tussen “guns or butter”, koos hij voor beide tegelijk — maar zonder belastingen fors te verhogen.

Het gevolg:

  • De begrotingstekorten liepen snel op.
  • De overheid gaf meer uit dan ze binnenkreeg.
  • De Federal Reserve financierde dit mee door de geldhoeveelheid uit te breiden.

Kortom: de VS begon meer dollars te creëren dan er goud tegenover stond.

De sluipende erosie van vertrouwen

Internationaal begonnen andere landen te merken dat de VS haar gouden belofte steeds moeilijker kon nakomen.
De goudvoorraad in Fort Knox daalde gestaag, terwijl de hoeveelheid dollars in omloop explodeerde.

Vooral Frankrijk, onder leiding van president Charles de Gaulle, wees publiek op deze scheeftrekking.
Hij noemde het systeem hypocriet:

“De Verenigde Staten betalen hun schulden met papier, terwijl de rest van de wereld betaalt met goud.”

In 1965 begon Frankrijk effectief massaal dollars om te wisselen voor goud. Andere landen volgden.
De VS zag haar goudvoorraad in een paar jaar tijd kelderen van ongeveer 20.000 ton naar minder dan 9.000 ton.

De Federal Reserve tussen hamer en aambeeld

De Federal Reserve zat klem tussen twee werelden:

  • Aan de ene kant moest ze lage rentes en ruime liquiditeit voorzien om de oorlog en binnenlandse uitgaven te financieren.
  • Aan de andere kant moest ze de waarde van de dollar in goud handhaven en buitenlandse gouduitstroom beperken.

Die combinatie was op lange termijn onhoudbaar. In plaats van de uitgaven te beperken, begon de VS monetair te “sjoemelen”:

  • De Fed en het ministerie van Financiën werkten samen om de goudprijs kunstmatig op $35 te houden via het London Gold Pool-systeem (1961–1968).
  • Ze verkochten grote hoeveelheden goud op de markt om de prijs stabiel te houden.
  • Tegelijkertijd bleven ze dollars bijdrukken voor oorlog en sociale programma’s.

Het was alsof men probeerde een lekke band op te pompen zonder het gat te dichten.

Het onvermijdelijke: de Nixon Shock (1971)

Tegen eind jaren 1960 was het vertrouwen zo verzwakt dat steeds meer landen hun dollars wilden omruilen voor goud.
De goudvoorraad slonk sneller dan de VS kon bijbenen.

Op 15 augustus 1971 kondigde president Richard Nixon onverwacht aan dat de goudconvertibiliteit van de dollar werd opgeschort.
👉 In één klap werd de belofte van Bretton Woods verbroken.
👉 De dollar werd niet langer inwisselbaar voor goud — en het tijdperk van zwevende wisselkoersen begon.

Deze beslissing — bekend als de Nixon Shock — was rechtstreeks het gevolg van jarenlange overbesteding, monetaire versoepeling en oorlogsfinanciering zonder dekking.

Gevolgen en erfenis

De beslissing om de gouden koppeling te verbreken had enorme gevolgen:

  • 💵 De wereld stapte over op fiatgeld: geld dat niet meer gedekt is door goud, maar door vertrouwen in overheden en centrale banken.
  • 📈 De VS kon voortaan onbeperkt dollars uitgeven zonder fysiek goud te moeten leveren.
  • 🌐 De Federal Reserve kreeg veel meer beleidsruimte, maar ook meer macht.
  • 🌀 De jaren 1970 kenden zware inflatie en valutavolatiliteit — deels een nasleep van dit moment.

De Vietnamoorlog had niet enkel miljoenen levens gekost; ze had ook het fundament van het mondiale monetaire systeem ondermijnd.

Slotgedachte

De Vietnamoorlog was niet zomaar een conflict in Zuidoost-Azië.
Het was een financieel keerpunt: de oorlogskosten dwongen de VS en de Federal Reserve tot monetaire kunstgrepen die uiteindelijk leidden tot het einde van de gouden standaard.

👉 Wat begon als “tijdelijk” beleid om een oorlog te financieren, veranderde het wereldwijde geldsysteem voorgoed.
Sinds 1971 leven we in een wereld van onbeperkte geldcreatie, schuldexpansie en vertrouwen zonder goud — een wereld die haar oorsprong vindt in de drukpersen van de jaren ’60.