De crash die de wereld deed beven
Op een zonnige donderdag in oktober 1929 leek er geen vuiltje aan de lucht. De Amerikaanse economie draaide op volle toeren, de aandelenmarkt bereikte ongekende hoogtes en miljoenen Amerikanen geloofden dat de welvaart eindeloos zou blijven stijgen.
Maar binnen enkele dagen zou deze droom omslaan in één van de zwaarste economische nachtmerries uit de moderne geschiedenis: de Grote Depressie.
Een decennium van werkloosheid, armoede, faillissementen en maatschappelijke omwenteling begon op Wall Street, maar reikte al snel tot ver buiten de Amerikaanse grenzen.
De Roaring Twenties: jaren van euforie
De jaren 1920, ook wel de “Roaring Twenties” genoemd, waren een periode van ongekende groei en optimisme in de Verenigde Staten.
- Massaproductie en technologische innovaties (zoals auto’s, radio’s en huishoudtoestellen) deden de economie boomen.
- Aandelenmarkten kenden een explosieve stijging; miljoenen Amerikanen kochten aandelen — vaak met geleend geld.
- Banken gaven makkelijk krediet, en vertrouwen in de toekomst was grenzeloos.
Maar onder die glanzende oppervlakte zaten barsten:
- Er was sprake van overproductie in de landbouw en industrie.
- Veel mensen investeerden op marge (geleend geld), waardoor de markt extreem kwetsbaar werd.
- De inkomensongelijkheid groeide snel: de rijkste 0,1% controleerde een groot deel van het vermogen.
- Er was geen sterk toezicht op banken en markten.
Black Thursday — 24 oktober 1929
Op 24 oktober 1929 begon het te rommelen.
Aandelenprijzen, die jarenlang enkel omhoog waren gegaan, begonnen plots te dalen. Paniek brak uit.
Op de beursvloer heerste chaos: duizenden beleggers probeerden tegelijk hun aandelen te verkopen. Banken en grote investeerders grepen tijdelijk in om de daling af te remmen, maar het vertrouwen was aangetast.
Een paar dagen later, op 29 oktober 1929, beter bekend als Black Tuesday, stortte de markt volledig in.
Op één dag werden meer dan 16 miljoen aandelen verkocht. Fortuinen verdampten in uren.
De beurscrash markeerde het begin van een economische neerwaartse spiraal die bijna tien jaar zou aanhouden.
Bankencrisis en kredietinstorting
Na de beurscrash volgde een golf van bankfaillissementen.
Tussen 1930 en 1933 gingen meer dan 9.000 Amerikaanse banken over kop.
Waarom?
- Er bestond toen nog geen depositoverzekering. Wanneer klanten in paniek hun spaargeld wilden opnemen, konden banken dit vaak niet uitbetalen.
- Eén failliete bank leidde tot angst bij klanten van andere banken — een domino-effect van bankruns.
- De geldhoeveelheid kromp drastisch: van 1929 tot 1933 daalde de geldmassa met bijna een derde.
De Federal Reserve, opgericht in 1913, aarzelde en greep niet krachtig in. Hierdoor verergerde de crisis.
Massale werkloosheid en armoede
De gevolgen voor de gewone Amerikaan waren desastreus:
- Tegen 1933 was de werkloosheid opgelopen tot 25% van de beroepsbevolking.
- Miljoenen gezinnen verloren hun huis of boerderij.
- Mensen leefden in geïmproviseerde huttenkampen, die spottend “Hoovervilles” genoemd werden (naar president Hoover).
- De landbouwsector kreeg zware klappen, mede door droogte en de beruchte Dust Bowl in het midden van de VS.
De crisis bleef niet beperkt tot Amerika.
Wereldwijd stortte de handel in — de VS verhoogden invoerrechten (Smoot-Hawley Tariff), waarop andere landen tegenmaatregelen namen. De crisis verspreidde zich razendsnel naar Europa en daarbuiten.
Roosevelt en de New Deal
In 1933 kwam Franklin D. Roosevelt aan de macht met de belofte van een “New Deal” voor het Amerikaanse volk.
Zijn beleid was gericht op herstel, hervorming en bescherming:
- Banken stabiliseren: tijdelijke sluiting van banken, invoering van depositoverzekering (FDIC), en strengere regels.
- Publieke werken: massale overheidsprojecten om banen te creëren (wegen, dammen, scholen).
- Hervormingen: regulering van de financiële markten (o.a. Securities Act van 1933), sociale vangnetten en steun aan boeren.
Deze maatregelen gaven het land langzaam weer adem. Het vertrouwen herstelde geleidelijk, maar de economie bleef kwetsbaar en herstelde pas volledig tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de oorlogsindustrie de productie en werkgelegenheid weer deed exploderen.
Wereldwijde gevolgen en lessen
De Grote Depressie had diepe sporen over de hele wereld:
- In Duitsland leidde de economische ellende tot massale werkloosheid en politieke radicalisering, wat mee de opkomst van Hitler en het nazisme mogelijk maakte.
- In vele landen werden centrale banken hervormd en overheden begonnen een actiever economisch beleid te voeren.
- De ideeën van John Maynard Keynes — dat overheden in crisistijden de economie actief moeten stimuleren — kregen wereldwijd invloed.
Slotgedachte
De Grote Depressie van 1929 tot 1939 was geen gewone recessie. Het was een wereldwijde schokgolf die economieën, samenlevingen en politieke systemen op hun grondvesten deed daveren.
Ze herinnerde de wereld eraan dat markten niet onfeilbaar zijn, dat vertrouwen fragiel is, en dat economische instorting maatschappelijke gevolgen heeft die veel verder reiken dan geld alleen.
Voor wie de geschiedenis van geld wil begrijpen, is de Grote Depressie een sleutelmoment: ze markeert de overgang van een laissez-faire economie naar de moderne, gereguleerde en door centrale banken gestuurde wereld waarin we vandaag leven.
