Hoe één toespraak de financiële wereld voorgoed veranderde

Op de avond van 15 augustus 1971 zat de wereld aan haar televisie gekluisterd.
De Amerikaanse president Richard Nixon sprak het volk toe vanuit het Witte Huis. Zijn boodschap leek op het eerste gezicht technisch en tijdelijk, maar zou uitmonden in één van de grootste monetaire omwentelingen van de moderne tijd.

In een paar minuten tijd beëindigde Nixon de inwisselbaarheid van de dollar in goud — het fundament van het wereldwijde geldsysteem sinds Bretton Woods in 1944.
 Deze gebeurtenis, bekend als de Nixon Shock, luidde het tijdperk van fiatgeld en zwevende wisselkoersen in — het systeem waarin we vandaag nog steeds leven.

De context: Bretton Woods en de gouden koppeling

Na de Tweede Wereldoorlog was het internationale monetaire systeem gebaseerd op de Bretton Woods-overeenkomst:

  • De Amerikaanse dollar was gekoppeld aan goud tegen $35 per ounce.
  • Andere landen koppelden hun munt vast aan de dollar.
  • Buitenlandse centrale banken konden hun dollars altijd inwisselen voor goud bij de Amerikaanse schatkist.

De VS bezat destijds meer dan tweederde van alle goudreserves ter wereld. Dit maakte de dollar de centrale spil van het wereldwijde geldsysteem.

Zolang de VS haar begroting en geldhoeveelheid onder controle hield, was dit systeem stabiel. Maar in de jaren 1960 begon het te wankelen.

 De druk neemt toe — Vietnam en sociale programma’s

De jaren ‘60 waren een periode van hoge uitgaven voor de VS:

  • De dure Vietnamoorlog slokte miljarden dollars op.
  • Tegelijkertijd startte president Lyndon B. Johnson ambitieuze sociale programma’s onder de noemer “Great Society”.

In plaats van belastingen te verhogen, financierde de VS deze uitgaven door meer dollars te creëren. De Federal Reserve hield de rente laag en pompte liquiditeit in het systeem.

Gevolg: er kwamen veel meer dollars in omloop dan er goud in Fort Knox lag om die dollars te dekken.

De wereld begint te twijfelen

Buitenlandse landen begonnen te beseffen dat de VS haar gouden belofte niet langer volledig kon nakomen.
Vooral Frankrijk, onder president Charles de Gaulle, trok aan de alarmbel. Hij bekritiseerde openlijk het systeem waarin de VS haar schulden kon betalen “met papier”, terwijl anderen goud moesten leveren.

Frankrijk en andere landen begonnen hun dollars om te wisselen voor goud.
De Amerikaanse goudreserves slonken razendsnel — van zo’n 20.000 ton vlak na de oorlog naar minder dan 9.000 ton begin jaren ‘70.
Het vertrouwen in de dollar begon af te brokkelen.

 Speculatie en kapitaalvlucht

Begin jaren ‘70 ontstond er een speculatieve storm tegen de dollar.
Investeerders en landen gokten erop dat de VS de vaste goudprijs niet kon volhouden. Er werd massaal kapitaal uit de VS weggehaald.

Het Bretton Woods-systeem, dat gebouwd was op stabiliteit en vertrouwen, begon uit elkaar te vallen.
De VS stond voor een dilemma:

  • Ofwel de rente sterk verhogen en bezuinigen om het goudanker te redden (wat pijnlijk was).
  • Ofwel de koppeling loslaten.

President Nixon koos voor het tweede.

15 augustus 1971 — De Nixon Shock

Op die historische avond kondigde Nixon in een live televisie-uitzending drie ingrijpende maatregelen aan. De belangrijkste:

“I have directed Secretary Connally to suspend temporarily the convertibility of the dollar into gold or other reserve assets…”

In één zin beëindigde hij de inwisselbaarheid van dollars voor goud.

 De VS verbrak eenzijdig de Bretton Woods-beloften, zonder overleg met andere landen.

Daarnaast kondigde Nixon onder meer loon- en prijscontroles aan om de inflatie te beteugelen, en een importheffing om de Amerikaanse export te beschermen.

Hoewel Nixon sprak van een “tijdelijke maatregel”, werd de goudkoppeling nooit meer hersteld.

Gevolgen: de geboorte van fiatgeld

De Nixon Shock had wereldwijde en blijvende gevolgen:

1.Einde van de goudstandaard

De dollar was niet langer gedekt door goud. Geld werd vanaf nu fiatgeld: zijn waarde berustte enkel op vertrouwen in de overheid en centrale banken, niet op edelmetaal.

  1. Zwevende wisselkoersen

De vaste wisselkoersen van Bretton Woods stortten in. In de jaren die volgden schakelde de wereld over op zwevende valuta’s, waarvan de waarde bepaald wordt door de markt.

  1. Meer macht voor centrale banken

De Federal Reserve kreeg meer vrijheid om monetair beleid te voeren zonder rekening te houden met goudreserves. Dit effende de weg voor periodes van inflatie, schuldenexpansie en financiële innovaties.

  1. Inflatiegolf in de jaren ‘70

De plotselinge loskoppeling leidde tot grote schommelingen in valuta’s en een forse inflatiegolf — de zogeheten stagflatie van de jaren ‘70.

Slotgedachte

De Nixon Shock van 1971 was geen technisch detail, maar een wereldschokkend moment dat het einde van een tijdperk markeerde.
De gouden belofte van Bretton Woods — stabiliteit, vaste waarden en vertrouwen in een munt gekoppeld aan goud — werd ingeruild voor een systeem gebaseerd op politieke keuzes, marktkrachten en monetair beleid.

 Sinds die avond leven we in een wereld van onbeperkte geldcreatie, schuldenexpansie en valuta’s die niets meer zijn dan beloften op papier.

Wat Nixon begon als een “tijdelijke maatregel” werd de structurele basis van ons moderne monetaire systeem — een systeem dat vandaag opnieuw onder druk staat.